Definitie
Rationele ruimtelijke ordening betekent in eerste instantie bouwen met een hoge densiteit, of met andere woorden: bouwen dichtbij of in de stads- of dorpskern. Dit heeft verschillende redenen. Hoe dichter mensen bij elkaar wonen, hoe minder oppervlakte bebouwd wordt, en dus hoe ruimte voor andere functies als natuur en groen.
Bovendien beperkt dichte bebouwing de verplaatsingsafstand. In een dicht bebouwd gebied, vind je in de buurt doorgaans al heel wat winkels, faciliteiten, sportterreinen, werkgelegenheid... binnen fiets- of zelfs wandelafstand. Woon je daarentegen midden in de natuur, dan zal je al gauw de auto nodig hebben om naar de winkel, het sportcentrum of de post te gaan. Een energiezuinige woning bouwen in het midden van de natuur, waarbij de bewoners twee auto's nodig hebben en dagelijks 50 km moeten rijden om te gaan werken, is dus niet duurzaam.
Verder laat dichte bebouwing ook een heel efficiënte infrastructuur toe. Wegen, fietspaden, trottoirs, maar ook gas-, water- en elektriciteitsleidingen, rioleringen, straatverlichting,... kunnen over een korte afstand heel wat mensen bedienen. Hetzelfde geldt voor het openbaar vervoer: een bushalte midden in een dichtbebouwde wijk zal meer potentiële klanten hebben binnen een straal van één kilometer dan een halte aan het eind van een doodlopende straat. Dat alles zorgt voor een efficiënt gebruik van materiaal (minder bestrating, leidingen, bussen,...), energie (minder aanleg- en onderhoudswerk, minder lege bussen,...) en zelfs middelen (minder kosten). Een woning te midden van velden vraagt bijvoorbeeld kilometers aan bestrating, infrastructuur en grondgebruik, waar slechts in heel beperkte mate gebruik van gemaakt wordt.
Bronnen
